Voor meer informatie, klik op techniek!
Pat Torley
Als een moderne alchemist is Pat Torley, van nietige planten resten, nieuwe scheppingen aan het creëren. Haar schilderijen hebben een enorme kleuren rijkdom en een niet te vatten handschrift waarmee ze haar onderwerpen neer zet. Pat heeft meer dan 35 jaar met papiervezels gewerkt voordat ze in haar techniek tot deze grote perfectie kwam.
Het materiaal waar ze mee werkt is de papiervezel, dat wil zeggen een plantaardige vezel die in water is vermalen tot een stukje fijn spinrag. De planten soorten kunnen variëren van bananenboom tot katoen of van hennep of vlas tot sisal. De vezels worden samen met water vermalen in een hollander molen. Aan het einde van de maling worden de vezels met pigmenten gekleurd. Iedere planten soort pakt op zijn eigen manier de kleuren, zoals je dat ook in textiel ziet. Wanneer dezelfde pigmenten worden gebruikt, ziet het rood in zijde er echt anders uit dan het rood in katoen. Net zo biedt dit in papiervezels een extra schakering in het kleurgebruik die door de verschillen in oppervlakte structuur van de verschillende vezels nog versterkt wordt. Pat werkt met additieve of optische kleurenmenging, in plaats van een subtractieve menging die de kleur vertroebelt. Bij aandachtig kijken blijken de vezels hun oorspronkelijke kleuren te hebben behouden maar omdat ze zo klein zijn is het zichtbare resultaat een kleurenmenging. Daarnaast bereikt zij met wisselende Hollanderinstellingen en maal-tijden, dat dezelfde vezel verschillende texturen pulp oplevert.
Dit zijn een paar voorbeelden van de energie die er uit het materiaal spreekt en die er met minstens zo veel energie tijdens de voorbereiding van de pulp is ingestopt.
Een pulpschilderij maken is een aparte ervaring. In haar atelier staat een grote vacuümtafel, met daarnaast vele potten erg waterige papierpulp, sommigen op kleur gebracht met pigment. Op de tafel maakt ze eerst een globale schets op vlieseline, waar de vezels zich niet aan kunnen hechten.
Dan begint Pat met de toplagen van haar voorstelling. De vloeistof met vezels zuigt ze op met grote pipetten. De eerste vezels die op de vacuümtafel worden neergelegd komen terecht in een film van water, waardoor ze nauwelijks zichtbaar zijn. Met een mes schuift ze de vezels in de door haar gewenste vorm. Op deze toplagen, de details in de voorstelling, werkt ze dan, in ‘omgekeerde’ volgorde, naar de achtergrond toe. Het aanbrengen van iedere volgende laag moet voorzichtig gebeuren om de vorige laag niet weg te spoelen. Soms gebruikt ze wel 20 verschillende lagen op een plek, om de indruk van diepte te creëren. Terwijl ze werkt niet langer dan twee weken aan één schilderij - moet het materiaal vochtig blijven.
Is de voorstelling in zijn geheel aangebracht dan wordt er als laatste een dikke laag katoenpulp overheen gegoten. Daarna bedekt Pat deze achterkant van katoenpulp met een licht geolied geplastificeerd spaanplaat board. Zij dekt de tafel met plasticfolie af en met behulp van een vacuüm pomp zuigt ze het water weg. Door het druk verschil dat hierdoor ontstaat, hecht de pulp aan het board. Nadat het vacuüm pompen klaar is, neemt ze het board van tafel en haalt ze de vlieseline voorzichtig van de oppervlakte van het schilderij en ziet ze, voor het eerst, haar werk.
Het papierschilderij wordt op het board gedroogd waardoor het zijn vlakke vorm behoudt. Na ongeveer twee weken is het papier genoeg gedroogd om het, zonder risico van opkrullen, van het board te nemen. Met een vlijmscherp slagersmes fileert zij tenslotte voorzichtig het schilderij van het board los. Een dun, rijk in kleur en in textuur geschakeerd, schilderij is het eind resultaat.
Er zijn nog veel meer technische fijnzinnigheden te noemen, maar wat vooral de werken van Pat bepaalt is het grote gevoel van eigenheid. Het tot in de vezel willen bepalen wat er gebeurt is hier tot een kunst verheven en kun je hier heel letterlijk nemen. De keuze van onderwerpen sluit hier op aan. Ze zijn intieme momenten uit de tuin rond haar boerderij en de natuur van haar moederland Californië, waar Pat ieder jaar een tijdje doorbrengt, met een hint van de psychedelica uit de jaren zestig. Het gaat verder dan kijken, zij deelt haar inzichten in de zogenaamd simpele dingen, de rondingen van planten, de beweging van water en de vormen van vis en dier.
Zo geeft zij fysiek vorm aan haar meditatie, met gevoel voor tijd en timing, in een techniek die zij zelf ontwikkelde en die haar steeds verder neemt. Het zijn altijd bewegende taferelen waaruit een grote passie voor de natuur spreekt.